Wat is osteopathie?
Osteopathie is een manuele vorm van geneeskunde waarbij er vanuit wordt gegaan dat de mens een functionele eenheid is; dit betekent dat de mens als geheel gezien wordt. Een osteopaat onderzoekt en behandelt met zijn handen de beweeglijkheid van weefsels en structuren; Daarbij kijkt/voelt een osteopaat altijd naar drie aspecten in de mens:
- het pariëtaal aspect oftewel het bewegingsapparaat
- het visceraal aspect oftewel de interne organen
- het craniosacraal aspect oftewel de schedel en de wervelkolom met zijn inhoud (hersenvliezen, hersenvocht en centraal zenuwstelsel)
Elke structuur (bot, zenuw, orgaan enz.) in het lichaam heeft een bepaalde beweeglijkheid. Dat lijkt heel begrijpelijk voor het bewegingsapparaat; het heet niet voor niets zo. Maar ook de interne organen, de schedelbotten, de hersenvliezen, zenuwen enz. hebben een bepaalde mate van beweeglijkheid.
Deze beweeglijkheid heeft een grote invloed op de aanvoer van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen voor deze structuren. Daarmee kan de beweeglijkheid ook een grote invloed hebben op de functie van al deze structuren. De uitwisseling van afvalstoffen en voedingsstoffen vindt plaats via de vloeistoffen in ons lijf, zoals het bloed, de hersenvloeistof (liquor cerebrospinalis), gewrichtsvloeistof (synovia) en de vloeistof tussen onze buikorganen (peritoneale vloeistof). Een goede uitwisseling van de afvalstoffen en voedingsstoffen is belangrijk voor het zelfherstellend vermogen.
Daarnaast is alles in het lichaam via bindweefselstructuren met elkaar verbonden. Dit betekent dus bijvoorbeeld dat klachten van de wervelkolom kunnen ontstaan omdat de beweeglijkheid van de nieren of een deel van de darm is verminderd. Dit kan dus leiden tot rugklachten, maar ook tot knieklachten of een uitstralende pijn in het been, of de arm. De osteopaat zal in zo’n geval de beweeglijkheid van de nier (die bij elke ademhaling 1,5 cm omlaag en omhoog gaat!), proberen te verbeteren.
Een ander voorbeeld van directe samenhang zijn de hersen- en/of ruggenmergvliezen, die vastzitten aan de binnenkant van de schedel en ook aan elke wervel tot aan het staartbotje. Tevens liggen, naast bovengenoemde verbinding, in deze vliezen belangrijke bloedvaten voor de doorbloeding van de schedel, de wervelkolom en het centrale zenuwstelsel. Dit betekent dat al deze structuren een grote invloed op elkaar hebben.
De drie bovengenoemde aspecten (pariëtaal, visceraal en craniosacraal) staan op vele manieren met elkaar in verbinding, sterker nog, ze zijn niet van elkaar te scheiden. De osteopaat onderzoekt en behandelt met zijn handen de beweeglijkheid van de structuren en kijkt welke structuur de grootste rol speelt in het klachtenpatroon. Hij probeert daarmee zo dicht mogelijk bij de oorzaak van de klachten te komen.

